Vóór iedere injectie dient een veiligheidstest uitgevoerd te worden.
Dit verzekert u van een accurate dosis, doordat:

  • u zeker bent dat de pen en naald goed werken
  • eventuele luchtbelletjes verwijderd worden
1. Stel een dosis van 2 eenheden in door de dosis instelring te draaien.
     


     
2. Verwijder de buitenste naaldbeschermhuls en bewaar deze om na injectie de naald weg te gooien.
Verwijder de binnenste naaldbeschermhuls en gooi deze weg.
     


     
3. Houd de pen met de naald naar boven.
     
4. Tik zachtjes tegen het insulinereservoir, zodat eventueel aanwezige luchtbellen opstijgen richting de naald.
     
5. Druk de doseerknop volledig in. Controleer of er insuline uit de punt van de naald komt.
     


Het kan nodig zijn de veiligheidstest een aantal malen te herhalen voordat u de insuline ziet.

  • Indien er geen insuline uit de punt van de naald komt, controleer dan op luchtbelletjes en herhaal de
    veiligheidstest nog tweemaal om deze te verwijderen.
  • Als er nog steeds geen insuline uit de punt van de naald komt kan de naald verstopt zijn. Wissel van naald
    en doe de veiligheidstest opnieuw.
  • Als er geen insuline uit komt na het verwisselen van de naald kan het zijn dat de SoloStar® beschadigd is.
    Gebruik deze SoloStar® niet.
   
 
Laatst aangepast 27-12-2007
Copyright © 2007 - 2011 sanofi-aventis. Alle rechten voorbehouden. Disclaimer